Op 7 februari jl. heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over het opnemen van een boetebeding in een overeenkomst.

In de praktijk zien we veel overeenkomsten met boetebedingen. In de overeenkomst is dan opgenomen dat indien één van de partijen tekortschiet in de nakoming van een verplichting uit de overeenkomst deze partij een boete van een vaak hoog bedrag is verschuldigd.

In de wettelijke regeling over contractuele boetes is (in artikel 6:92 lid 2 BW) bepaald dat de contractuele boete in plaats treedt van de schadevergoeding. Tevens is in de wettelijke regeling bepaald (artikel 6:94 lid 2 BW) dat de rechter aanvullende schadevergoeding naast de contractuele boete kan toekennen.

Partijen mogen afwijkende afspraken maken, maar dit gebeurt in de praktijk niet altijd op een juiste manier, zo ook in deze zaak.

De feiten zijn als volgt.

Zowel X als Goed Vast Goed Veenendaal B.V. (hierna: “Goed Vast”) houdt zich bezig met de aan- en verkoop van onroerende zaken. X heeft een bod uitgebracht op een woon- en winkelpand van Goed Vast. Uiteindelijk hebben X en Goed Vast overeenstemming bereikt over een koopprijs van € 4.800.000,–.

In de overeenkomst is opgenomen dat de oppervlakte van de winkelruimte in het bedrijfspand ongeveer 220 m2 bedraagt. Verder is in de overeenkomst opgenomen dat X een waarborgsom ter grootte van 10% van het transactiebedrag zal storten op het rekeningnummer van de notaris. Tevens is opgenomen dat deze waarborgsom van rechtswege als boete zal zijn verbeurd ingeval X in de nakoming van zijn verplichtingen tekort schiet.

In de overeenkomst zijn X en Goed Vast ook het volgende overeengekomen:

 “Voor het overige zijn de gebruikelijke bepalingen die bij koop en verkoop van (soortgelijke) onroerende zaken gelden van toepassing.”

X ontdekt dat de winkelruimte niet 220 m2 bedraagt, maar slechts 196 m2. X had al een opvolgend koper gevonden voor deze winkelruimte, maar heeft vernomen dat deze koper afziet van de aankoop, omdat de ruimte te klein zou zijn.

X bericht Goed Vast dat er geen overeenstemming is over de prijs, omdat opgegeven vloeroppervlakte niet juist is. Goed Vast deelt X daarop mede dat hij X aan de koop zal houden en verzoekt hem mee te werken aan levering van het bedrijfspand. Ook heeft Goed Vast aangegeven aanspraak te maken op de boete van 10% (€ 480.000,–), nu X niet mee wenst te werken aan de levering. X heeft vervolgens de overeenkomst ontbonden.

Na deze ontbinding heeft Goed Vast het bedrijfspand voor een lager bedrag verkocht aan een andere koper. Omdat het bedrijfspand nu minder heeft opgebracht, is Goed Vast van mening dat X de contractuele boete moet betalen, maar ook (aanvullende) schadevergoeding,

In de rechtszaken die volgen gaat het om de vraag of Goed Vast aanspraak kan maken op vergoeding van de schade voor zover die het bedrag van de contractuele boete van €480.000,– te boven gaat.

De rechtbank heeft X veroordeeld tot betaling van de contractuele boete van € 480.000,–, maar de vordering van Goed Vast tot vergoeding van haar schade afgewezen.

In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat partijen weliswaar weinig hebben afgesproken over de contractuele boete, maar dat partijen daarin hebben voorzien door in de overeenkomst op te nemen dat voor het overige ‘de gebruikelijke bepalingen’ van toepassing zijn. Volgens het hof is het gebruikelijk om af te wijken van de regeling dat de contractuele boete in plaats treedt van de schadevergoeding. Volgens het hof heeft Goed Vast aanspraak op vergoeding van de door haar geleden schade, die uiteindelijk hoger is dan het bedrag van de contractuele boete, maar geen aanspraak heeft op de contractuele boete naast de door haar gevorderde schade.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het hof te ver is gegaan, omdat de Goed Vast geen beroep heeft gedaan op ‘de gebruikelijke bepalingen’ en heeft de zaak naar een ander hof gewezen om het hoger beroep opnieuw te behandelen. X en Goed Vast zijn dus nog niet klaar met procederen. Opnieuw zal een rechter moeten oordelen over wat X en Goed Vast hebben afgesproken.

Deze discussie had wellicht kunnen worden voorkomen door een duidelijke regeling over de contractuele boete op te nemen in de overeenkomst. Zo hadden partijen kunnen afspreken dat de boete naast schadevergoeding kan worden gevorderd. Bij het ontbreken van een duidelijke regeling in het contract geldt de wettelijke regeling die vervelende gevolgen kan hebben voor partijen.

Hoge Raad, 7 februari 2013, ECLI:NL:HR:2014:259