SentencingHet hanteren van algemene voorwaarden bij consumententransacties verdient mede door Europese regelgeving bijzondere aandacht.

Bedingen in algemene voorwaarden waarbij de rechten van consumenten te veel worden ingeperkt kunnen onder omstandigheden worden aangemerkt als oneerlijke bedingen in de zin van de Europese Richtlijn 93/13/EEG van 5 april 1983 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: “de Richtlijn oneerlijke bedingen”).

De Europese rechter (het Hof van Justitie van de Europese Unie) heeft al meerdere malen geoordeeld dat de nationale rechter ambtshalve moet toetsen of een beding in algemene voorwaarden bestemd voor consumenten oneerlijk is in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen.

Dit uitgangspunt is door de Hoge Raad in een arrest van 13 september 2013 herhaald voor de Nederlandse rechter. De Nederlandse rechter moet ambtshalve toetsen of een beding in algemene voorwaarden bestemd voor consumenten oneerlijk is in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen.

Door deze ambtshalve toetsing kunnen ondernemers en instellingen voor vervelende verrassingen komen te staan. Ambtshalve toetsing houdt in dat de rechter een beding in de algemene voorwaarden, zoals bijvoorbeeld een beding over een opzegging of betaling, inhoudelijk moet toetsen, ook al hebben partijen geen discussie over het betreffende beding. Gevolg kan zijn dat in een relatief eenvoudige procedure een juridische discussie kan ontstaan over zaken waar aanvankelijk geen geschil over bestond. Ook kan een gebruiker van algemene voorwaarden worden verrast doordat de rechter een beding in de algemene voorwaarden vernietigd, omdat deze oneerlijk zou zijn.

In de praktijk zien we dat rechters naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2013 de algemene voorwaarden steeds actiever beoordelen. Niet alleen bedingen in algemene voorwaarden worden ambtshalve getoetst, maar ook bedingen in verzekeringsvoorwaarden bij verzekeringen voor consumenten. Een goed voorbeeld is de uitspraak van 18 december 2013 van de rechtbank Amsterdam.

In deze zaak hadden een verzekeraar en een consument een geschil over een uitkering onder een ongevallenverzekering. De verzekeraar weigerde uitkering, omdat er geen dekking bestond voor een ongeval, omdat dit ongeval viel in een periode dat de dekking van de verzekering was geschorst vanwege het niet tijdig betalen van de premie.

De rechtbank Amsterdam onderzoekt de door de verzekeraar gehanteerde verzekeringsvoorwaarden en oordeelt dat deze vallen onder de werking van de Richtlijn oneerlijke bedingen. De rechter oordeelt vervolgens dat het in de verzekeringsvoorwaarden opgenomen beding over schorsing van de dekking de verzekeraar een verdergaande bevoegdheid tot schorsing verleent dan de wet toestaat. De verzekeraar kan zich dus niet beroepen op de betreffende voorwaarde.

Voor ondernemers van algemene voorwaarden voor consumenten, maar ook voor verzekeraars met producten voor consumenten is het oppassen geblazen. Het regelmatig laten toetsen van algemene voorwaarden aan (steeds veranderende) regelgeving voor consumenten kan voorkomen dat een rechter bedingen in algemene voorwaarden in het kader van de (verplichte) ambtshalve toetsing vernietigd of buiten werking stelt.